home
 


 

 



Zaterdag 23 juni

Hij had haar gekust en in zijn hart liefde gevoeld. Hij had haar zacht door haar haren gestreeld en in zijn oren hartstocht gehoord. Hij had haar diep in de ogen gekeken en genegenheid gezien. En toen had hij zijn ogen gesloten en besloten dat ze hun leven in een immer durende prille lente zouden leven. Vogels broedden in nestkastjes en floten hun lied. Bloemen bloeiden en verspreidden overvolle geuren. Het groen aan de bomen was fris en voor die ene zonnestraal, die net iets te warm was voor hun ongerepte, blanke huid konden zeschuilen in de gouden schaduw. En de nacht, de nacht was zacht alsde vacht van een kat. De sterrenhemel fonkelde lichtjes en strooide romantiek. Zo zouden ze hun leven voor eeuwig leven. Zo wilden ze het iedereen laten beleven.

Zondag 24 juni

Toen de lente al een beetje zomers werd zag hij hoe haar blik vervaagde. Hij vroeg haar :“Waarom? “ “Om wat de mensen elkaar aandoen”, zei ze met deerlijke ogen. Waar was de genegenheid die zij uitstraalden, waar het fonkelen in de ogen van de voorbijgangers? “De mensen gunnen elkaar geen blik, geen vriendelijk woord…”. Ze zag hebzucht, wraak, liefdeloze liefde, haat , afgunst, wrok en niet alleen haar ogen vervaagden, maar sluimerend vervormde haar lichaam. Hij wou haar voeden met zijn tranen van troost, want ook hij zag dat de gouden schaduw een harde zwarte lommer was geworden. Van de zilte smaak uit zijn tranen kreeg ze enkel meer dorst naar liefde en genegenheid.

Maandag 25 juni

Ze werd enkel nog een schim van haar eens zo fabelachtige schoonheid.  Hij wilde haar beschermen voor de wrede beelden, haar verbergen onder de laatste groene boom vlakbij het laatste geurige bloemenveld. Haar diep in zijn hart verstoppen. Maar als een serpent gleden de beelden rond haar been, klommen op tot aan haar middel en zetten de aanval in op haar eens zo glimmende ogen. De vrouw rolde en krolde van de pijn en werd een ellips, een afgeplatte zilte blauwe bol met groene en bruine vlekken en puntige builen. 

Hij keek naar haar en zag hoe ze tolde, hoe ze aan de ene kant donker werd en er aan de andere kant nog een parel van licht scheen. Een parel als de hoop van het geloof in de liefde. En als hij goed keek, zag hij hoe enkele spitse bobbels werden afgestompt, alsof  het oud zeer daar was afgezwakt . Ze draaide en keerde van de pijn. Ze tolde steeds verder van hem weg. Hij hoopte dat ze in haar binnenste nog steeds de vurige liefde bezat. Maar ook het groen van haar vlekken leek stilaan te verdwijnen en werden droge schilfers op haar huid . Even sloot hij de ogenen trachtte te rusten.

Dinsdag 26 juni

Die ochtend was ze verdwenen.  Waar  hij ook zocht, hij vond geen spoor van haar en zacht begon hij te snikken. Zijn eerste tranen van smart. En hij dacht aande mooiste momenten die hij met haar beleefd had. En er volgden tranen van ontroering. Als je goed luisterde, hoorde je een stemmige melodie, die elk mens moest doen smelten, die haar moest terugbrengen, haar vertederen zodat ze haar weg naar hem weer kon vinden. 

Met zijn tranen schreef hij haar liefdesbrieven die hij aan de poten van koerende vogels bond en liet uitvliegen, in de hoopdat ze zou antwoorden en vlug terug bij hem zou zijn.  Elke morgen rekte hij zich uit, zodat hij over de einder kon kijken om maar een glimp van haar op te vangen. Hij groeide gestaag.  Hoe groter hij werd, hoe meer hij het lelijke van de mensen absorbeerde. Hij begon er wanstaltig en houterig uit te zien. Maar ieder die een beetje liefde in zijn hart had, zag dat zijn binnenste nog lichtjes gloeide.  Hij ging haar zoeken in kraters, in oerwouden, inwoestijnen, in steden.

Woensdag 27 juni

De man liet zijn laatste traan over straat rollen en het geluid van het vallen, de melodie van het zoeken, volgde hem waar hij ook ging. Hij keek de rollende traan na en besloot haar overal ter wereld te zoeken. Hij volgde het spoor van zijn tranen. Hij schreef lieflijke woorden in elke traan die hij terugvond. Die tranen zou hij als parels verspreiden, zodat de vinder ze kon koesteren, in de hoop zo de liefde weer in de wereld te brengen.

De kinderen die hem gezien hadden, hadden eers schrik gehad, maar toen ze zijn kleine vuur in zijn hart zagen, bouwden ze een muur van nestkastjes waar vogels liefdevol in konden wonen. De kleurenpracht zou de mensen opvrolijken, de vogels zouden uitzwermen en innige boodschappen tekenen in de lucht. Als de mensen de liefde weervonden, zou de vrouw het spoor van zijn tranen vinden. Zo zouden ze mekaa rvinden.

Zondag 1 juni

Enkele mensen vonden tranen met woorden en dichtten de harteloze gaten in de harten met wonderlijke klanken. Ze  gingen in de tuinen hun verzen declameren en langzaam begonnen de bloemen weer te bloeien. Het groen werd weer fris. Hij hoorde de dichterlijke verzen en zijn weemoedige melodie wakkerde aan en klonk over de stad. Hij wist dat ze naar deze stad zou komen.

Overal zocht hij naar een glimp van haar, maar nog steeds geen teken van leven. Moeizaam verplaatste hij zich naar zijn rustplaats.

Woensdag 4 juli 2012

Enkele mensen zagen zijn trieste blik en hoorden zijn melodie die hun ontroerde. Ze vulden het park met lieflijke klanken en lovende woorden, brachten eten mee om samen en vooral gezellig op te eten. Om hem te helpen zongen ze, praatten ze. Hij voelde hoe zijn hart sneller begonte slaan en hij wist dat ze op komst was, dat dit de stad was waar ze elkaar zouden vinden. Hij legde er zijn tranen van ontroering. Hier zag hij vreugde en vriendschap. Zijn tranen brachten troost en hij legde ze verloren met nieuwe woorden, in de hoop dat zij ze zou ruiken en het goede in de mensen zou zien. En de vinders van de vondelingen koesterden ze en gaven zo een teken van liefde. De man droomde van haar komst.

Donderdag 5 juli 2012

Enkele mensen vonden tranen vol muziek en zijn melodie werd heviger. Ze bouwden een toren om woorden en muziek over de stad te laten gonzen. Hij zag hoe de mensen samendansten, hoe ze elkaar omhelsden, hoe ze knuffelden. Hij voelde weer tranen opkomen, tranen van ontroering en vertedering. Laat op de avond ving hij ze op en schreef meer woorden recht uit het hart. Woorden die stilaan zinnen werden .En zijn hart vlamde toen de herinnering aan haar weer opwelde. Ze was op d eterugweg.  Maar het werd laat en hoewel de hemel sinds lang weer fonkelde,was zij nog niet zichtbaar. Zijn ogen vielen dicht.

Vrijdag 6 juli 2012

Enkele mensen vonden fonkelende zinnen op vertederende tranen en besloten met de fonkeling kaarsen te ontsteken. Ze onthulden beelden vol liefde, tederheid,genegenheid en sympathie. En zijn melodie klonk helder. Zij zou hem nu horen. Zij moest hem nu horen. En voor het eerst smakten kussen, werd er diep in de ogen gekeken, werd er liefde gevoeld. Hij vond zijn tranen terug bij het zien van de gewonnen liefde. Hij ving ze op en schreef er een korte brief in, een brief van een sprakeloze verliefde. Hij verspreidde zijn sprakeloze tranen over de stad, in de hoop dat zij ze vond.

Zaterdag 7 juli

Hoewel hij de liefde sterk gevoeld had, was het enkel nog de liefde van ‘dichtbij’. Hij wist dat ze pas terug zou komen als er ook de liefde van over de grenzen in de wereld was.  Enkele mensen hoorden zijn melodie weer vervagen en vonden klanken en woorden van ver. Ze besloten zijn melodie te kleuren. Tinten die eerst ver van elkaar stonden, vermengden zich en werden een bont pallet vanvreemd klinkende, maar vurige woorden. Duizenden schakeringen vormden een schilderij, geschilderd met tonen en klanken die eerst buitenissig waren. Hij bekeek  het van op een afstand en zag een levendig landschap vol liefde.Zijn hart flakkerde weer op en zijn melodie klonk mooier en voller dan ooit. Nu zou zij hem horen. Nu zou ze komen.  En andermaal kwamen de tranen van ontroering .  Nog één maal zou hij de woorden op zijn tranen verspreiden over de stad.

Zondag 8 juli

Vroeg in de ochtend vonden enkele ouderen de tranen woorden en tafels werden gedekt. Deblikken in de ogen, hoewel ze in de herfst leefden, waren jong en pril en groen. De ouderen keken met een gevoel voor liefde. De liefde die ze elkaar al jaren gegeven hadden, die ze gekoesterd en soms verborgen hadden, die ze gedeeld hadden met kinderen en kleinkinderen.  En zijn melodie klonk frisser, klonk voller en de ouderen waren aangedaan.

Als hij meer mensen kon ontroeren, zou zij zeker komen. Zouden ze elkaar weer kunnen omhelzen, in de ogen kijken, lieve woorden fluisteren, liefde voelen.

En de stad bereidde zich voor op haar komst, want zijn vuur en melodie gloeiden als nooit tevoren. Mensen lieten ballonnen met lieflijke woorden op, die als tranen van geluk de hemel vulden.  En de lucht was zwanger van verlangen. Muziek, zijn muziek, klonk als nooit tevoren en mensen klapten in hun handen, scandeerden woorden als ‘ liefde’ of ‘genegenheid ‘of ‘hartstocht’.